De geniale aerodynamische vondst van McLaren zorgt nu al voor veel ophef bij de concurrenten.
Het systeem in het kort: de McLaren MP4-25 is voorzien van een kleine luchthapper op de neus van het chassis, op de foto nog net te zien. Die staat in verbinding met een luchtkanaal, dat dwars door de cockpit naar de achterkant van het chassis loopt. De coureur kan op het rechte stuk vanuit de cockpit met zijn elleboog of knie een gat in het luchtkanaal afsluiten, waardoor de luchtstroom aan de achterkant van de auto de rijwind niet tegen, maar over de achtervleugel heen stuurt. De topsnelheid zou hierdoor met zes kilometer per uur toenemen.
Technisch directeur Martin Whitmarsh wilde gisteren tijdens de persconferentie nog niet ingaan op de precieze werking van zijn vondst, maar inmiddels is wel duidelijk dat de coureur invloed kan uitoefenen op de aerodynamica van zijn auto. En dat mag niet, volgens sommige concurrenten.
Bob Bell van Renault zegt dat McLaren de regels met voeten treedt. “Dit is niet de bedoeling”, aldus Bell. “Dit gaat alle teams een hoop geld kosten, want als het legaal verklaard wordt, zal iedereen het kopiëren. Ik dacht dat we hadden afgesproken om kosten te besparen.”
Het punt is dat er volgens de letter der wet niets mis is met McLarens systeem. Het technische reglement van de FIA schrijft voor dat auto’s, afgezien van de door coureurs vanuit de cockpit verstelbare voorvleugel, geen beweegbare aerodynamische onderdelen mogen hebben. Maar McLarens vondst beïnvloedt alleen de luchtstroom door een kanaal af te sluiten, zelfs zonder dat daar enige mechanica aan te pas komt. De coureur is in dit geval het beweegbare onderdeel.
Martin Whitmarsh denkt dat andere teams zijn vondst zullen overnemen. “Eerst vroegen de mensen zich af hoe het werkt. Nu hebben de meesten wel een idee wat we ongeveer verzonnen hebben, en is het een kwestie van afwachten tot de anderen het ook hebben.”



